Gijsels, Catarijne 1a 2 3 4 5a 6 7 1b 8a 9a 10

Geboortenaam Gijsels, Catarijne
Geslacht vrouwelijk

Gebeurtenissen

Gebeurtenis Datum Locatie Beschrijving Opmerkingen Bronnen
Geboorte      

In een paar akten komen de kinderen van Catarijne Gijsels enige malen voor als neef of nicht van de twee kinderen van Adriaen Bouden Gijsels. Het is dus waarschijnlijk, dat Catarijne Gijsels de zuster is geweest van Adriaen Bouden Gijsels.

 

 
Huwelijk     Getrouwd met Otto van den Boetzelaer

Otto van der Boetzelaer was de zoon van Wessel van der Boetzelaer en Françoise van Praet. Wessel van den Boetzelaer was heer van Langerak en Asperen, geboren omstreeks 1500, overleden te Rossum 1575, zoon van Rutger van den Boetzelaer en van Bartha van Arkel Heeren Otten dochter van Heukelom.

Kinderen van Catarijne Gijsels en Otto van den Boetzelaer:

1. Bertha

2. Agnes

 

11 12a

Ouders

Vader Gijsels, Boudewijn Jan
Moeder van Wisschel, Agnes
    Broer     Gijsels, Adriaen Bouden
         Gijsels, Catarijne
    Broer     Gijsels, Jan

Media

Bijzonderheden

Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 8 (1930), P.J. Blok, P.C. Molhuysen:

[Boetzelaer, Wessel van den]

BOETZELAER (Wessel van den) heer van Langerak en Asperen, geb. omstr. 1500, overl.
te Rossum 1575, zoon van Rutger van den Boetzelaer en van Bartha van Arkel van Heukelom.

Bij den dood zijns vaders 6 Januari 1545 met Langerak beleend, werd hij 8 October 1549 in
de ridderschap van Utrecht beschreven. Hij verliet den R.K. godsdienst en werd een vurig
voorstander der protestantsche leer, die hij in zijn heerlijkheden eerst toestond en later
invoerde. Waarschijnlijk dagteekent zijn overgang van 1566, daar hij ten opzichte van het
Verbond der Edelen eerst een weifelende houding heeft aangenomen; ten slotte schijnt
hij met twee zoons tegenwoordig te zijn geweest bij de overhandiging van het Smeekschrift
aan Margaretha van Parma. Hem werd ten laste gelegd, dat hij in 1566 de beeldstormers
door de Waterpoort, achter zijn slot, in de stad Asperen had binnengelaten, waarna de
kerken en kloosters werden ontwijd. Hij liet door Wouter Jacobsz. het stelen ten strengste
verbieden, doch het vernielde houtwerk werd den armen geschonken. Ook had hij den
manschappen van Hendrik van Brederode toegang tot de stad verleend. Om al deze
redenen voor den bloedraad gedaagd, werd hij in 1568 uit den lande gebannen en nog in
1574, wegens zijn grooten ijver voor den nieuwen staat van zaken, van het algemeen
pardon uitgesloten. Hij schijnt evenwel te zijn teruggekeerd, daar hij in 1575 te Rossum is
overleden. Wanneer wordt meegedeeld, dat hij te Appeltern werd begraven, zal men
daarvoor Apelthorn in Kleefsland, nabij den Boetzelaer, moeten lezen. Nochtans vermeldt
Rademaker's Kabinet en Bloys v. Treslong Prins, Grafschr. in Z. Holl. dat Wessel te Asperen
begraven ligt; zijn lijk zal dus na de Pacificatie van Gent daarheen zijn overgebracht.

Wessel, die tot zinspreuk voerde ‘Dieu maintiendra.’, huwde in 1519 met Françoise van Praet,
vrouwe van Moerkerken en Carnisse, overl. (volgens Ned. Adelsboek en Bloys v. Treslong
Prins' Grafschr.) 6 October 1562, òf (volgens de grafzerk in Rademaker's Kabinet) 6 Februari
1565, dochter van Lodewijk II van Praet, heer van Moerkerken en Carnisse, en van Catharina
van Egmond. Zij wonnen verscheidene kinderen, waarvan Floris, Rutger, Daniël, Otto en
Lodewijk in dit deel voorkomen. Zijn zoon Wessel huwde Elizabeth van Bronckhorst
Batenburg en sneuvelde 13 Maart 1567 in de nederlaag der Geuzen bij Austruweel; hij liet
geen kinderen na. Een dochter Catharina huwde 1e met Jacob van Vlaenderen, heer van Prat,
Beveren en Onlede, daarna met François van Haeften, een der Verbonden Edelen. Een andere
dochter Agnes, die met Jacob van der Meer van Berendrecht huwde, wordt wellicht verkeerd
onder de kinderen van Wessel vermeld en zal een dochter van zijn broeder Otto zijn (zie aldaar).
Bovendien verwekte Wessel v.d. B. bij Judith van Helmont nog een bastaardzoon, Wessel v.d. B.,
die wegens zijn overgang tot de nieuwe leer en deelneming aan den beeldenstorm met zijn
moeder door Alva werd gebannen.

Zie: Nederl. Adelsboek (1912), 265; Marcus, Sent. van Alva, 130-133; Beekman, Beschr. van
Asperen, 251-254; Wagenaar, Vad. Hist. VI, 187; te Water, Hist. Verb. der Edelen II, 247, 248, 111,
480, 481; d'Yvoy en Beeldsnijder, Verb. en Smeeksch., 2, 80; Rademaker's Kabinet (1793) IV, 364;
Geneal. Herald. Bladen IX, 212, 213.

Regt

Toelichting:

Regt - Willem Marie Catharinus Regt ((1867-1938) was amateur-historicus en archivaris en
medewerker aan het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek.

Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 8 (1930) – red. P.J. Blok, P.C. Molhuysen:

[Boetzelaer, Otto van den]

BOETZELAER (Otto v a n d e n ), omstr. 1530 geboren en na Oct. 1568 overleden,
zesde zoon van Wessel van den Boetzelaer en van F r . v a n P r a e t .
Hij had, gelijk al zijn broeders, het Verbond der Edelen onderteekend en de
beraadslagingen te St. Truiden bijgewoond, waarom hij door Alva voor den Bloedraad
werd gedaagd. Behalve het voorgaande werd tegen hem ingebracht dat hij de
geestelijken van het St. Annaklooster zou hebben voorgeschreven, hoe zij zich
zouden hebben te gedragen. Hij had hun verboden missen en andere
gewone diensten te doen, had de heilige olie ter aarde gegoten, de beelden gebroken
en de altaren omgeworpen. Zijn vrouw woonde de geuzen-predicatiën bij en zong
de psalmen. Als gevolg daarvan werd hun het land ontzegd en werden hun goederen
in Oct. 1568 verbeurd verklaard.
Bij zijn huisvrouw, C a t h a r i n a G h i j s e l s of G h i s e l i n , van wier afkomst ons
niets bekend is, had hij twee dochters. Een daarvan, A g n e s v a n d e n
B o e t z e l a e r , huwde met J a c o b v a n d e r M e e r v a n B e r e n d r e c h t ,
kolonel en gouverneur van Ostende, doodelijk gewond en op zee vóór Vlissingen
in Juni 1604 overleden, zoon van W i l l e m en van A n n a S a n d e l i n (volgens
andere berichten was zij echter de dochter van Wessel).
Zie: M a r c u s , Sentent. van Alva, 106-109; B e e k m a n , Beschr. van Asperen,
254; W a g e n a a r VI, 126, 174; t e W a t e r , Verb. der Edelen II, 242, 243;
Navorscher XLVII (1897), 494; Mdbl. Ned. Leeuw VII, 78.

Regt

Toelichting:

Regt - Willem Marie Catharinus Regt ((1867-1938), amateur-historicus en archivaris,
medewerker aan het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek.

D'oude chronijcke ende historien van Holland (met West-Vriesland)
van Zeeland ende van Utrecht, 1636, blz. 156

B O E T Z E L A E R

(gedeelte):

"Otto van der Boetzelaer, troude Jouff. Catarijne
Gijsels, ende wan 2 dochters, als Jouff. Berta, hadde eerst
te man Floris van Nuenum, Hofmeester des Heere Prin-
ce van Orangien, ten II Maerten van Sijdenbergh,
ende wan daer op Mauritz, Daniel, Catarina, Agnes ende
Elizabeth van Sijdenbergh; ten lesten Joachim Gil-
lis van Antwerpen, Sij sterf Anno 1612.
Jouff. Agnes van der Boetzelaer, troude Jacob van
der Meer, alias van Berendrecht van Delft, Colonel
ende Gouverneur van Oostende, alwaer hij Anno 1604
dootgeschoten werde, nalatende een Dochter Jouf.
Anne van der Meer"

Toelichting:

Floris van Nuenum wordt ook wel Floris de Nuynhem of Floris de Nyenheim
genoemd.

Gegevens van de kinderen van Catarijne Gijsels en Otto van der Boetzelaer:

BERTA VAN DEN BOETZELAER

Berta van den Boetzelaer trouwde drie keer:

1e huwelijk met Floris van Nuenum, Hofmeester des Heere Prince van Orangien.

2e huwelijk met Maerten van Sijdenberch

Kinderen: Mauritz, Daniel, Catarina, Agnes en Elizabeth.

3e huwelijk met Joachim Gillis van Antwerpen na 1603.

Joachim Gilles was weduwnaar van Cornelia Copier van Calslagen. Zij stierf anno 1603.
Zijn voorouders waren anno 1518 bij open brieven van den Keizer Maximiliaan
genobiliteerd.

Bertha van den Boetzelaer werd op 6 mei 1612 te Breda begraven:

Begraafposten in de rekeningen van de Grote Kerk 1612-1613, archiefnummer HKV,
Hervormde Gemeente Breda Kerkvoogdij, inventarisnummer 22, blad 23v
Gemeente: Breda
Bron: Doop-, Trouw- en Begraafregisters (DTB)
Soort registratie: begraafakte
Aktedatum: 06-05-1612
Plaats: Breda

"Noch ontfangen van dat Jouffrouw
Boetselaer huijsvrouwe was van
Mr. Joachim Gillis, op ten VIen Meij
voorscreven mettet luijden ende baercleet
in de voorscreven kercke begraeven is
IX Rijnsgulden XVI stuivers"

Nadat Bertha van den Boetzelaer was overleden, ging Joachim Gillis, "oud presiderende
burgemeester tot Breda", op 7 april 1616 te Utrecht in ondertrouw met Barbara Potters.
Joachim Gillis werd op 14 december 1616 te Breda begraven.

Joachim Willem Gillis, zoon van Joachim Gillis, had een natuurlijke dochter, verwekt bij zijn stiefzuster
Agnes van Sijdenberch. Agnes is waarschijnlijk kort na de geboorte overleden. In 1623 is de natuurlijke
dochter Cornelia Joachim Willems Gillis zeven of acht jaar oud, waaruit kan worden afgeleid, dat zij voor
1616 is geboren.

Vestbrieven Breda
datum: 20 november 1619
inventarisnr. 518
bladen 113v en 114r

In deze akte uit 1619 wordt de verkoop beschreven van het huis nagelaten door Joachim Gillis
en Bertha van den Boetzelaer te Breda . Uit Joachims eerste huwelijk met Cornelia Copier
waren geboren Joachim Willem en Anna. Bertha van den Boetzelaer had uit haar huwelijk met Maerten
van Sijdenberch vier kinderen Mauritz, Elisabeth, Catharina en Agnes. Ten tijde van de akte verbleef
Catharina in Engeland. Tenslotte gaat het over Cornelie Joachim Willems Gillis, natuurlijke dochter
van Joachim Willem Gilles, verwekt bij genoemde Agnes, zijn stiefzuster, die in 1619 al overleden is.

Het huis werd verkocht aan de Bredase predikant Abraham Muijsholius, een strenge contraremonstrant,
die nauw verwant was aan de bekende Franciscus Gomarus, die met zijn zuster Emerentia Muijsholius was
getrouwd. Nadat Emerentia was overleden, trouwde Franciscus Gomarus met Maria l'Hermite, de zuster
van Anna L'Hermite, huisvrouw van Abraham Muijsholius.

Zie de akte uit 1619 in Media/Galerij.

Dochter Elizabeth van Sijdenberch, uit het 2e huwelijk van Bertha van der Boetzelaer,
trouwde op 17 februari 1622 met haar achterneef Aert Gijsels (van Lier), kleinzoon
van Adriaen Bouden Gijsels, broer van Catarijna Gijsels. Kort voor haar huwelijk op
2 februari 1622 schreef Elisabeth een brief aan Constantijn Huijgens in Londen om
hem te bedanken voor het doorgeven van het overlijden van haar zuster Catharina.
Zie de brief in Media/Galerij.
Verdere gegevens over haar huwelijk met Aert Gijsels van Lier staan bij de persoon
Adriaen Bouden Gijsels.

In 1623 werd er een akte opgemaakt te Breda, waarin de natuurlijke dochter van
Joachim Willem Gillis voorkomt:

Vestbrieven 1623,
inventarisnummer 522,
blad 61v-62r
Datum: 28 april 1623

Samenvatting;
Op 9 augustus 1622 had Melchior Balten Bolckmans, die door de weeskamer
gesteld was over Cornelie Joachim Willem Gillisdr ,150 gulden ten behoeve van
haar gebracht naar de weeskamer van Breda. Dit bedrag werd aan zijn weduwe
terugbetaald door Mr. Niclaes Hooschaert, die het bedrag had verkregen na het
overlijden van zijn schoonvader Cornelis Vromen van Antwerpen uit een schepen-
schultbrief van 200 gulden. Op 12 februari 1620 was die schepenschultbrief door
Sijmon Joachim van Aken en Anneken Jans van Hasselt als lening voor hun huis
overgedragen aan Cornelis Vromen van Antwerpen. Een ingewikkeld verhaal!
De 150 gulden of maar 115 gulden (?), die Cornelia Joachim Willem Gillisdr, nog te goed
had, werd pas in 1652 aan haar uitbetaald door Sijmon Joachim van Aken.
Uit de akte blijkt, dat Cornelia in 1623 zeven of ouder is en dus geboren is voor 1616.

AGNES VAN DEN BOETZELAER

Getrouwd met Jacob van der Meer, alias van Berendrecht van Delft,
te Wassenaar. De datum staat er niet bij in het trouwboek. In ieder
geval is het na 1589 en voor 1604.

"Joncheer Jaques van Berendrecht
Joffrouwe Agnes van Boetselaer van Asperen"

D'oude chronijcke ende historien van Holland (met West-Vriesland)
van Zeeland ende van Utrecht, 1636, blz. 156

B O E T Z E L A E R

(gedeelte)

"Jouff. Agnes van der Boetseler, troude Jacob van
der Meer, alias van Berendrecht van Delft, Colonel
ende Gouverneur van Oostende, alwaer hij Anno 1604
dootgeschoten werde, nalatende een Dochter Jouf.
Anne van der Meer"

Blijkens het bijschrift op zijn portret leefde Jacob van der Meer van 1156 of 1557 tot 1604 en
kwam hij om doordat hij doodgeschoten werd tijdens het Beleg van Oostende. Oostende
werd tussen 5 juli 1601 en 22 september 1604 belegerd door Spaanse troepen en viel in 1604.
In de Nederlandstalige Wikipedia staat een lang artikel over het Beleg van Oostende.
(13 november 2017)

Kind van Agnes van de Boetselaer en Jacob van de Meer: Anna van der Meer

Agnes van den Boetzelaer is overleden na 1637-06-08:

Index op persoonsnamen in notariële akten 's-Gravenhage:

"8 juni 1637 - Agnes van Boetselaer weduwe van Jacob van Berendrecht
P.v. G, folio 44"

Dochter Anna van der Meer trouwde te 's-Gravenhage op 25 februari 1629 met Isaac Brauw:

Nederlands Hervormd 's-Gravenhage:

"XI Februarij 1629
Isaacq Brauw Commissaris ordinaris
van de monsteringe der Hoochmogende
Heeren Staten Generael Jongman
met Joffrouw Anna van der Meer
van Berendrecht jonge dochter
Beijde wonende alhier sGravenhage
(in de kantlijn:)
Den 25en Februarij
anno 1629 getrout bij Do. Beijerus"

Toelichting:

Ds. Hugo Adriani Beyerus was predikant te 's-Gravenhage van 1619 tot 1631.
Isaacq de Brauw was de zoon van Johan de Brauw en Martina Huijssen

Kinderen van Isaacq Brauw en Anna van der Meer van Berendrecht,
gedoopt te Goes:

1. Jacob, geboren op 1 oktober 1629 te 's-Gravenhage

2. Jan, 18 april 1632 , zoon van Commissaris Brauw
getuigen: de Heer Jacob Brauw, ridder etc,, Johan van Loo, Jouffr. Agatha Boms
en de Heer Huijsen, raadsheer

3. Wilhem, 26 juni 1633. zoon van Heer Isaac Brau
getuigen: de Heer Albertus Joachimiij, Jan Huijssen en Philippote Muijs

4. Martina, 9 april 1635, dochter van de Heer Isaaq Brou, commissaris
getuigen: Anthoni Huijsen, Juffr. Martina Huijssen, Juffr. Cornelia van Haeff,
Juffr. Anna van der Meer van Berendrecht

5. Isaac, 6 april 1636, zoon van commissaris Isaac Brou
getuigen: Antoni Huijssen, Joffr. Martina Huijssen, Joffr. Adriana Huijssen

6. Angenis, 19 januari 1639, dochter van de Heer commissaris Isack de Brauw
getuigen: de Heer Artus Gijsels, Juffr. Cornelia van Haef, Abraham de Brauw,
Juffr. Anna van Meer Berendrecht

7. Abraham, 30 juni 1641, zoon van de Heer Isacq de Brauw
getuigen: de heer Artus Giezel, de Heer Johan Serwouters,
Juffr. Cornelia ten Haef

Toelichting:
Jacob Brauw - broer van Isaacq de Brauw
Johan van Loo - Clercq van de Generaliteijts Reekencamer, begraven in de Kloosterkerk
van 's-Gravenhage op 1 augustus 1637.
Agatha Boms - later getrouwd met ontvanger generaal Johan van der Stringe
Heer Huijssen - Johan (Jan) Huijssen, oom van Isaacq de Brauw
Albertus Joachimii - oom van Isaacq de Brauw, getrouwd met Adriana Huijssen
Philipote Muijs - schoonzuster van Isaacq de Brauw, getrouwd met Jacob de Brauw
Anthoni Huijssen - neef van de Martina Huijssen, moeder van Isaacq de Brauw
Cornelia van Haeff - schoonzuster van Isaacq de Brauw, gehuwd met Abraham de Brauw
Adriana Huijssen - tante van Isaacq de Brauw, zuster van Martina Huijssen
Artus Gijsels - Aert Gijsels van Lier - achterneef van Anna van der Meer van Berendrecht,
gehuwd met haar nicht Elisabeth van Sijdenberch.
Abraham de Brauw - broer van Isaacq de Brauw
Johan Serwouters - Tresorier van haer hoochheijt de princesse Douarière van Orangien,
begraven op 20 augustus 1652 in de Kloosterkerk te 's-Gravenhage in het graf van Johan van Loo, zie hierboven.

Anna van Meer van Berendrecht werd op 7 mei 1645 te Goes begraven:

"de huijsvrouwe van de Heer Commissaris Brau ende geluijt"

14 april 1628, Raad van Brabant (BHIC):

788.0482 Arent Gijsels, als echtgenoot van Elisabeth van Sijdenburg, en als oom en voogd
van haar zusters nagelaten weeskind, en Arent van der Meer van Berendrecht, advocaat,
als oom en voogd van Anna van der Meer, contra Cornelis van der Donk in Oosterhout:
erfenis en beheer percelen land, 1628

Het weeskind dat in deze akte wordt genoemd is Cornelia Joachim Willem Gillisdr, dochter
van Agnes van Sijdenburg. Arent van der Meer was de broer van Jacob van der Meer van
Berendrecht, getrouwd met Agnes van den Boetzelaer. Cornelis van der Donck was de
broer van Gerard van der Donck, die met Agnes Gijsels was getrouwd, een nicht van haar
tante Catharijne Gijsels. Na het overlijden van zijn broer Gerard en schoonzuster Agnes
Gijsels had hij de nalatenschap geregeld.
Het gaat in deze akte over de bezittingen van (over)grootmoeder Agnes van Wisschel in
Oosterhout, die Agnes Gijsels had beheerd. De nakomelingen van Catarijne Gijsels meenden
hier ook recht op te hebben. Ook Arent Gijsels was een neef van Agnes Gijsels, maar zijn
vader Jan was slechts een natuurlijke zoon van Adriaen Bouden Gijsels en daarom was hij
geen erfgenaam. In de akte wordt melding gemaakt van een proces tegen een Heer van Rolshuijsen
uit het land van Kleef. Meer gegevens over dit proces staan vermeld bij de Agnes van Wisschel.
Christoph van Rolshuijsen was een zoon van Agnes van Wisschel uit haar tweede huwelijk.

 

Zie de uitgebreide akte en de samenvatting in de galerij

 

 

 

 

Naaste verwanten

  1. Gijsels, Boudewijn Jan
    1. van Wisschel, Agnes
      1. Gijsels, Adriaen Bouden
      2. Gijsels, Catarijne
      3. Gijsels, Jan

Voorouders

Bronverwijzing

  1. Nederlandsch Geslacht-Stam-en Wapen-Boek, waarin voorkomen de voornaamste adelyken Familien in de zeven vereenigde Provincien. Met Registers voorzien door Jacobus Kok, Volume 1
      • Pagina: Onder de naam COPIER
      • Pagina: Onder de naam DE BRAUW
  2. Begraafboek Breda
  3. Trouwboek Wassenaar
  4. Trouwboek 's-Gravenhage
  5. Index op persoonsnamen in notariële akten, 's-Gravenhage
      • Pagina: image 609, rechts
  6. Trouwboek Utrecht
  7. Doopboek Goes
  8. De Nederlandse Leeuw
      • Datum: 1923
      • Pagina: Jaargang 41, blz. 290 en 291 - Huyssen van Kattendyke
  9. De registers der graven in de kloosterkerk te 's-Gravenhage
      • Pagina: blz. 44
  10. Begraafboek Goes
  11. Nieuw Nederlands Biografisch Woordenboek
  12. D'oude chronijcke ende historien van Holland (met West-Vriesland) van Zeeland ende van Utrecht, 1636, blz. 156
      • Datum: 1636
      • Pagina: blz. 156