van den Donck, Balthasar 1

Geboortenaam van den Donck, Balthasar
Geslacht mannelijk
Leeftijd bij overlijden onbekend

Gebeurtenissen

Gebeurtenis Datum Locatie Beschrijving Opmerkingen Bronnen
Geboorte voor 1619    
 
Transport huis 1650-04-05 Breda, Noord-Brabant, Nederland  

Vestbrieven 1647 - 1650, inventarisnummer 534, blad 293v
Gemeente: Breda
Aktedatum: 05-04-1650
Geregistreerde
Balthasar van der Donck
Wonende in Friesland 1651.

In deze akte draagt Balthasar een huis over aan zijn zuster Agatha van der Donck.
Zie Media/Galerij.

2
Overlijden voor 1669    
 

Ouders

Vader van den Donck, Gerard
Moeder Gijsels, Agnes
    Zus     van den Donck, Johanna
         van den Donck, Balthasar
    Zus     van den Donck, Agatha

Gezinnen

    Gezin van van den Donck, Balthasar en van der Merwe, Elisabeth
Getrouwd Vrouw van der Merwe, Elisabeth
   
Gebeurtenis Datum Locatie Beschrijving Opmerkingen Bronnen
Huwelijk na 1637-06-23 Geertruidenberg, Noord-Brabant, Nederland  

23 Junij 1637
Balthasar van der Donck, j.m. van Oosterhout
met Elisabeth van der Merwe, j.d. hier geboren
ende woonagtigh
getrout in Julio

3
  Kind.
  1. van den Donck, Gerardus
  2. van den Donck, Everhard (Evert)

Media

Bijzonderheden

https://www.geheugenvandrenthe.nl/veenhuizer-venen:

Veenhuizer venen - M.A.W. Gerding

Veengebied, gelegen in het zuidelijke gedeelte van het kerspel, later de gemeente, Norg. Aan de
zuidzijde gingen deze over in de Fochteloërvenen in Friesland, aan de zuidoostzijde grensden zij
aan de Smildervenen. Het ging om een gebied van ca. 2800 ha aan venen en landerijen.

Reeds in de tweede helft van de 16e eeuw was hier een poging gedaan het veen aan snee te brengen,
maar dat was gestrand op een gebrek aan kapitaal. In 1640 werd een tweede poging tot ontginning
ondernomen door de Haagse notaris Gerrit Dijckmans. Er mocht een verbinding gemaakt mocht
worden met het Peizer Diep om langs die weg de turf naar het noorden af te voeren. Dijckmans
trad waarschijnlijk op als bemiddelaar, want al spoedig werd het veen aan anderen doorverkocht.
De helft van het veenbezit kwam in handen van de griffier van de Staten-Generaal Cornelis Musch
en de Haagse juwelier Gerrit Maes. De andere helft kwam voor 6/8 deel in handen van lieden die in
Indië carrière en fortuin hadden gemaakt: Aernoult Gijsels van Lier (700 morgen), Nicolaes Couckebacker
(175 morgen) en Hans Putmans (175 morgen). Het resterende 2/8 deel (330 morgen) werd gekocht door
Paulo en Fransisco Coorner uit Antwerpen. De compagnons stelden in 1645 een veenmeester aan,
de uit Brabant afkomstige Balthasar van der Donck.

Van Groningse zijde werd verontrust op de plannen gereageerd. Men vreesde het overvloedige veenwater
dat via het Peizerdiep zou worden afgevoerd. Daarom vond men dat de vervening te Veenhuizen verhinderd
moest worden, desnoods met geweld. In 1652 kwam het tot een confrontatie. Op de vroege morgen van
2 augustus 1652 verscheen een aantal soldaten en arbeiders uit Groningen die in naam van het Aduarder
zijlvest de Schipsloot dichtgooiden en vernielingen aanrichtten. 's Avonds trokken zij zich terug om de volgende
dag het karwei af te maken. De compagnie beklaagde zich natuurlijk bij Ridderschap en Eigenerfden over deze
schending van haar rechten en de ongehoorde inbreuk op de Drentse soevereiniteit. Het antwoord van de
Landschap was echter ronduit teleurstellend; naar Groningen stuurde men niet meer dan een krachteloos
protestbriefje. Alle verveningsinitiatieven in Veenhuizen waren daarmee in de knop gebroken. De participanten
of hun erfgenamen deden hun bezittingen van de hand.

In het begin van de 19e eeuw behoorde Veenhuizen vrijwel geheel toe aan de familie Tonckens. Een nieuwe
fase brak in 1823 aan toen de Maatschappij van Weldadigheid het gebied in zijn geheel opkocht om er een
deel van zijn koloniën te stichten. In 1816 al was de Norgervaart gereed gekomen, die vanuit de Drentsche
Hoofdvaart in noordelijke richting gegraven was tot aan Huis ter Heide. Met het graven van de Kolonievaart
in 1824 kwam de ontsluiting tot stand.

Toelichting:

Aernout Gijsels van Lier was een neef van Balthasar van der Donck. Balthasar's moeder Agnes Gijsels was
een (half)zuster van Jan Gijsels, de vader van Aernout Gijsels van Lier.

DRENTS ARCHIEF:

0615 Huis te Westervelde en de oudste tak geslacht Tonckens

3.1.4.1.1.2. Stukken betreffende het geslacht Van den Donck

425 Stukken betreffende het geschil tussen de participarten van de Veenhuizer Venen enerzijds
en Balthasar van den Donck anderzijds omtrent de ontruiming van het huis, door Van den Donck
bewoond tijdens zijn administrateurschap, 1663, 1664; met retroacta, 1641-1663.

426 Stukken betreffende het geschil tussen Balthasar van den Donck en zijn weduwe enerzijds en
de predikant en de schatbeurder van Norg anderzijds omtrent de grondschatting voor het
pastorieland te Veenhuizen; 1663-1669

427 Insinuaties uitgebracht aan Balthasar van den Donck en J. Jansen door de participanten
van de Veenhuizer Venen in hun geschil over de opbrengst van de begraven kamp in het Legeveen
te Veenhuizen; 1665

428 Stukken betreffende de overdracht van een gedeelte van de Veenhuizer Venen door de erfgenamen
van Arnoud Gijsels van Lier, de erfgenamen van de heren Putmans en Coeckebacker aan Gerard van den
Donck en zijn vrouw Agneta Rijs, 1680, 1681; met retroacta, 1577, 1639, 1641. Regest 31.

N.B. Hoe en wanneer deze stukken op het huis te Westervelde terecht gekomen zijn is niet met
zekerheid te zeggen. Balthasar van den Donck, oorspronkelijk afkomstig uit het Brabantse Oosterhout,
werd omstreeks 1645 aangesteld als administrateur van de compagnie tot ontginning van de Veenhuizer
Venen, die daartoe een octrooi van Ridderschap & Eigenerfden had gekregen. Na zijn benoeming ging hij
in Veenhuizen wonen, maar aangezien de compagnie nooit tot een activiteit van enige omvang is gekomen
werd hij in 1663 weer ontslagen. Hij bleef echter wel in Veenhuizen wonen. Ook zijn nakomelingen hebben
hun domicilie nog daar gehad tot omstreeks 1770. Ze hebben, vooral gedurende de eerste periode van hun
verblijf in Veenhuizen, de venen van de overige deelhebbers in de compagnie opgekocht. In 1804 kochten
Joachimus Lunsingh Tonckens en R. Hofsteenge alle bezittingen van de Van der Doncks te Veenhuizen voor
ƒ 10.000. Misschien zijn toen deze stukken in zijn bezit gekomen en heet hij ze naar Westervelde laten
overbrengen.

Naaste verwanten

  1. van den Donck, Gerard
    1. Gijsels, Agnes
      1. van den Donck, Johanna
      2. van den Donck, Agatha
      3. van den Donck, Balthasar
        1. van der Merwe, Elisabeth
          1. van den Donck, Everhard (Evert)
          2. van den Donck, Gerardus

Voorouders

Bronverwijzing

  1. Archieven.nl
  2. Vestbrieven Breda
  3. Trouwboek Geertruidenberg